 |



Bekijk de HUMAN-documentaire 'Als we het zouden weten', over de afdeling Neonatologie in het UMC Groningen, waar doodzieke pasgeborenen liggen.
|
 |
Van 2007 tot en met september 2009 is er slechts één melding geweest van actieve levensbeëindiging bij een pasgeborene. Dit lijkt niet te kloppen met de werkelijkheid.
Dat concludeert Hilde Buiting in haar proefschrift, waarop zij op 3 december aan het Erasmus MC is gepromoveerd.
Waarschijnlijk worden de meldingen niet gedaan omdat de huidige richtlijnen niet aansluiten bij de praktijk van het medisch handelen bij ernstig zieke pasgeborenen. De richtlijnen voor actieve levensbeëindiging bij te vroeg geborenen zouden daarom moeten worden aangepast, stelt Buiting.
'Als we het zouden weten'
Neonatologen en kinderartsen worden vrijwel dagelijks geconfronteerd met dilemma’s die ons allen raken, zo blijkt ook uit de HUMAN-documentaire 'Als we het zouden weten'. De film werd in 2008 bekroond met een Beeld en Geluid Award.
Kunnen we voor een wilsonbekwaam mens bepalen dat de kwaliteit van leven zo gering is dat het niet meer waard is om geleefd te worden, is een van de vragen die in de film worden opgeworpen. Wat is kwaliteit van leven? Mogen artsen daarover beslissen? Nieuwe technieken geven meer mogelijkheden, maar zorgen ook voor ethische dilemma's.
In 'Als we het zouden weten' volgen documentairemakers Peter en Petra Lataster maandenlang de kinderartsen en neonatologen van de afdeling neonatolgie in het UMC te Groningen. De medici werken met grote betrokkenheid aan de genezing van de baby's, maar soms is het ook nodig om de dood van een ziek kind te bespoedigen.
Eén melding
Om te controleren of artsen in Nederland op de juiste manier omgaan met actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen is in 2007 een landelijke multidisciplinaire toetsingscommissie ingesteld. Deze commissie heeft tot september van dit jaar echter slechts één melding ontvangen, terwijl er naar alle waarschijnlijkheid vaker actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen heeft plaatsgevonden.
Hilde Buiting onderzocht wat mogelijke verklaringen zijn voor het uitblijven van deze meldingen. Een belangrijke reden is volgens haar dat de richtlijnen van nu niet aansluiten bij de praktijk. “In de huidige richtlijnen staat dat er sprake moet zijn van actueel ernstig lijden van de pasgeborene. In de praktijk kijken artsen echter niet alleen naar het actuele lijden van de zieke pasgeborene, maar ook naar ernstig lijden in de toekomst. Dit zou meegenomen moeten worden in de overwegingen bij het aanpassen van de richtlijnen."
Geen tijd
Buiting vermoedt dat artsen meer bereid zullen zijn om melding te maken van gevallen van actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen als de richtlijnen beter zijn afgestemd op de praktijk.
Een andere mogelijke reden waarom meldingen uitblijven, is dat artsen niet vinden dat er sprake is van actieve levensbeëindiging. Waarschijnlijk komt het regelmatig voor dat ze hun medisch handelen eerder beschouwen als zorgvuldige pijnbestrijding en stervensbegeleiding dan als actieve levensbeëindiging.
Soms moet er acuut ingegrepen worden als de beademing is gestaakt en het kind ernstig benauwd wordt. Dan is er geen tijd om de procedure voor levensbeëindiging op te starten. De artsen rapporteren het overlijden van de pasgeborene dan als een natuurlijke dood. Wellicht helpt het, denkt Buiting, wanneer bij artsen die te maken hebben met ernstig zieke pasgeborenen nog eens onder de aandacht wordt gebracht in welke gevallen er melding gemaakt zou moeten worden van actieve levensbeëindiging.
Bekijk de HUMAN-documentaire 'Als we het zouden weten', over de afdeling Neonatologie in het UMC Groningen, waar doodzieke pasgeborenen liggen.
Bron: Erasmus MC, redactie Human.nl
03 december 2009
|
 |

|
 |